printheader.png

Belang van transparantie

Bij het berekenen van emissies van logistieke activiteiten moeten keuzes gemaakt worden die een invloed hebben op het eindresultaat. Het bijhouden van informatie over deze keuzes is belangrijk om emissies in de tijd goed te kunnen volgen.

Samen met de emissieresultaten moet bijkomende informatie worden gegeven over de gebruikte berekeningsmethoden en databronnen. Anders kunnen de gerapporteerde resultaten op waarde geschat worden en onderling vergeleken worden.
 

Opstellen van een referentieperiode

Het in kaart brengen van het energiegebruik en emissies gebeurt bij voorkeur over een periode van telkens 12 maanden, wanneer emissies in externe communicatie gepubliceerd worden of interne sturing worden gebruikt.

De resultaten van de eerste periode worden gebruikt voor het vastleggen van een referentieperiode (nulmeting). Ten opzichte van deze periode wordt de wijziging van het energiegebruik en van de emissies in de tijd vergeleken.

Aanpassingen van gegevens in de referentieperiode.

Aanpassingen van gegevens in de referentieperiode
sluitenDe cijfers in de referentieperiode worden aangepast in een aantal situaties:
• Bij structurele wijzigingen in de grootte van de logistieke activiteit door de overname of verkoop van bedrijven
• Bij een belangrijke wijziging van de berekeningsmethode
• Bij het verbeteren van fouten in de berekening
• Bij het uitbesteden of zelf doen van logistieke activiteiten

Naast het in kaart brengen van energiegebruik en emissies in absolute en in relatieve termen, is het belangrijk om ook de factoren te beschrijven die oorzaak zijn van wijzigingen in energiegebruik en emissies.

Belangrijke factoren zijn de omzet van een bedrijf uitgedrukt in massa, volume of logistieke eenheden (pallets, containers, dozen…), de wijzigingen in de logistieke activiteiten (afstanden, dropgrootte, leveringvensters, lokatie DC's …).

 

Verbetering van milieueffecten van logistieke maatregelen

Een belangrijke doelstelling van het berekenen van emissies is om inzicht te krijgen in de verbetermaatregelen van de milieueffecten van logistieke activiteiten, en daarmee een emissiereductie beleid te kunnen kwantificeren.

Maatregelen kunnen worden onderverdeeld in de volgende categorieën:

Concrete maatregelen ter verbetering van de milieuprestatie van de logistieke keten.

Concrete maatregelen ter verbetering van de milieuprestatie van de logistieke keten

sluitenMaatregelen ter verbetering van de milieuprestatie kunnen verschillende doelen dienen. Als eerste kunnen maatregelen worden genomen ter vermindering van de uitstoot van klimaatemissies (verkleining van de carbon footprint), voorbeelden hiervan zijn:

  • Rijstijltrainingen en boordcomputers (tempomaat)
  • Verbetering van de aerodynamica van voertuigen
  • Gewichtsreductie van voertuigen
  • Optimalisatie van de logistiek (minder lege kilometers, hogere belading, lagere snelheid)
  • Elektrische aandrijving in plaats van diesel aandrijving (voor spoor)
  • Biobrandstoffen

Alle deze maatregelen, soms met uitzondering van de laatste, hebben ook effect op de uitstoot van luchtverontreinigende emissies. Daarnaast kunnen maatregelen genomen worden die specifiek gericht zijn op reductie van de emissies van deze stoffen. Dit kan bijvoorbeeld van belang zijn wanneer een groot deel van de logistiek in bebouwde omgeving plaatsvindt. Voorbeelden van maatregelen zijn:

  • Roetfilters
  • Overstap naar schonere voertuigen (Euro 5- of 6-vrachtauto’s of schepen van een hogere CCR-fase)
  • Toepassing van SCR katalysatoren op binnenvaartschepen

 

Het meten van emissies in logistieke ketens

Logistieke beslissingen hebben dikwijls een effect op logistieke activiteiten stroomopwaarts en afwaarts in de logistieke keten. Het verminderen van emissies in één schakel kan de emissies van de totale keten verhogen. Het is daarom belangrijk om in de evaluatie van verbeterprojecten het effect op de hele keten mee te nemen.

Het verschil tussen historische en toekomstige emissies

Historische emissies hebben betrekking op de emissies die in de atmosfeer zijn gebracht. Verdeelsleutels zijn overwegend gebaseerd op historische emissies. In projecten waarbij men de emissies wil verminderen is het echter belangrijk om te onderzoeken hoeveel emissies er reëel bijkomen of verminderd worden.

Een voorbeeld van dit verschil zijn de emissies van luchtvracht via cargovliegtuigen of in de vrachtruimte van passagiersvliegtuigen. Op basis van een ‘eerlijke’ toewijzing van historische emissies zullen vrachtvliegtuigen per tonkilometer beter scoren dan passagiersvliegtuigen. De bestemming van passagiersvliegtuigen wordt bepaald door de passagiers en niet door de locatie waar vracht aanwezig is. Dit leidt tot een lagere beladingsgraad van het vrachtruim in passagiersvliegtuigen. Anderzijds zal een passagiersvliegtuig hoe dan ook vliegen, onafhankelijk of er vracht aanwezig is. Het gebruik maken van passagiersvliegtuigen voor het vervoer van vracht leidt dus tot slechts een beperkte toename van emissies, als gevolg van het iets hogere brandstofverbruik.

Selectie van logistieke dienstverleners

In het vergelijken van aanbieders van logistieke diensten op basis van hun carbon footprint is het belangrijk om te waken over de onderlinge vergelijkbaarheid van deze carbon footprints. Het gebruik van deze handreiking verhoogt deze vergelijkbaarheid. Het wordt aanbevolen om naast informatie over emissies ook rekening te houden met de concrete maatregelen, die dienstverleners hebben genomen en zullen nemen om het energiegebruik en de uitstoot van emissies te verminderen. Ook moeten relatief grote opdrachtgevers rekening houden met de mogelijke impact die hun volumes hebben op de wijziging van de milieuprestatie van logistieke dienstverleners. De rangorde van logistieke dienstverleners kan veranderen na het toevoegen van de nieuwe volumes. 

Klik hier voor een voorbeeld.

Voorbeeld

sluitenRoyal Pet Foods is een grote verlader en wil de milieuprestatie van twee binnenvaartcontainerrederijen vergelijken. In een eerste vergelijking heeft Rederij A een veel betere milieuprestatie dan Rederij B.

Toch kiest Soap & Margarine uiteindelijk voor Rederij B op basis van volgende argumenten:

  • Rederij B heeft in tegenstelling tot Rederij A de laatste jaren sterk geïnvesteerd in schone motoren die voldoen aan de CCR fase II-normen. Hierdoor realiseert Rederij B een lagere emissie per vaartuigkilometer dan Rederij C voor alle emissies.
  • De betere resultaten van Rederij A worden verklaard door de hogere bezettingsgraad.
  • De toevoeging van de volumes van Soap & Margarine zou de omzet van Rederij B met 20 % doen toenemen waardoor de vrije capaciteit grotendeels verdwijnt.
  • De toevoeging van volumes van Soap & Margarine zou in absolute termen de emissies van rederij B nauwelijks doen toenemen, terwijl Rederij A twee extra lichters in gebruik moet nemen.

Het bepalen van verdeelsleutels

Eerder in deze handreiking werden een aantal mogelijkheden beschreven om emissies toe te wijzen aan de verschillende gebruikers. Er is bewust niet gekozen om een bepaalde methodiek naar voren te schuiven als ‘de te gebruiken standaard’. De reden hiervoor is dat partijen enkel akkoord gaan met een bepaalde verdeelsleutel wanneer deze als fair wordt beschouwd. Logistieke omgevingen kunnen echter heel verschillend zijn. Het bepalen van standaard verdeelsleutels gebeurt dan ook bij voorkeur per deelmarkt of specifieke logistieke omgeving Hierbij bepaalt een beperkte groep van transportbedrijven en verladers samen die sleutels, die voor alle partijen aanvaardbaar zijn.