De bekendste broeikasgassen zijn de zes gassen die in het Kyoto-verdrag zijn opgenomen:

  • koolstofdioxide (CO2)
  • methaan (CH4)
  • distikstofoxides (N2O)
  • fluorverbindingen (HFK’s, PFK’s en SF6)

Het meest relevante broeikasgas bij transport is CO2. Het aandeel van andere broeikasgassen is bij transport kleiner dan 1%. De uitstoot van CO2 is één op één afhankelijk van de brandstofconsumptie en van het koolstofgehalte van de brandstofsoort (benzine, diesel, LPG, kerosine, etc.). Het is niet afhankelijk van bijvoorbeeld de Euroklasse van vrachtauto’s, of de aanwezigheid van een roetfilter. Omdat CO2 een lange levensduur heeft van meer dan 60 jaar, wordt het verspreid over de hele atmosfeer. De klimaateffecten zijn onafhankelijk van de plaats waar de uitstoot plaatsvindt. Het verminderen van het energiegebruik en de brandstofconsumptie gaat hand in hand met het beperken van de uitstoot van CO2.

Uit airconditioningsystemen kunnen ook andere broeikasgassen vrij komen, maar de klimaatbijdrage is over het algemeen zeer klein in verhouding tot de uitstoot van de motor. Waar het gaat om broeikasgassen, beperken we ons in deze handreiking daarom tot CO2-emissies.

In verschillende internationale procedures wordt de uitstoot van verschillende Kyoto- broeikasgassen omgerekend naar CO2-equivalenten (CO2eq). Eén eenheid (kg) CO2equivalent staat gelijk aan het effect van één eenheid (kg) CO2. De enige uitzondering hierop vormen emissies van luchtvaart. Uitstoot van diverse andere stoffen kunnen hoog in de atmosfeer bijdragen aan klimaatverandering. Om hiermee rekening te houden worden de CO2-emissies van luchtvaart op grote hoogte vermenigvuldigd met een bepaalde factor, in overeenstemming met de aanbevelingen van de IPCC (zie ook paragraaf 7.8.2).