In tegenstelling tot broeikasgassen hebben luchtvervuilende emissies een lokaal effect. De luchtvervuilende emissies die in deze handreiking aan bod komen zijn:

  • stikstofoxiden (NOX)
  • zwaveldioxide (SO2)
  • fijnstof (PM10)

De belangrijkste effecten van luchtvervuilende stoffen zijn:

  • gezondheidseffecten (luchtwegaandoeningen, hart- en vaatziekten en kanker)
  • schade aan landbouw, natuur en gebouwen

Deze stoffen zijn lokaal effectief: hoe dichter in de buurt van mensen de uitstoot plaatsvindt, hoe schadelijker het effect.
 

Tegenstrijdige doelstellingen

Binnen Europa en door de Nederlandse overheid is een beleid ontwikkeld om zowel de broeikasgassen als luchtvervuilende emissies van transportactiviteiten te verminderen, zoals de euronormen voor nieuwe vrachtauto’s. In een aantal gevallen kunnen echter dergelijke maatregelen leiden tot een verhoogd brandstofgebruik en bijgevolg tot een hogere CO2-uitstoot. Een voorbeeld hiervan zijn roetfilters, waar extra energie nodig is om uitlaatgassen door de filter heen te duwen.