Verbranding van fossiele brandstoffen in een motor is de belangrijkste veroorzaker van CO2-uitstoot en lokale luchtvervuilende emissies. Maar ook tijdens winning, productie en transport van brandstoffen komt schadelijke uitstoot vrij.

Afhankelijk van het type brandstof en de energie-efficiëntie van de energieketen, kan het aandeel van deze emissies sterk verschillen. Bij diesel is het aandeel bijvoorbeeld substantieel: rond de 20% van de totale ‘life cycle’-emissies. Het is daarom belangrijk om deze zogenaamde ‘indirecte’ emissies in de berekening mee te nemen.

Ook binnen de indirecte emissies bestaan verschillende categorieën emissiebronnen. De figuur hieronder maakt duidelijk welke categorieën (of scopes) in deze handleiding gebruikt worden.

 

Bij voertuigen wordt ook de term ‘tank to wheel'-emissies gebruikt om de scope 1-emissies aan te duiden. Het begrip ’well to wheel’ slaat dan op de ’tank to wheel’-emissies plus de emissies die eerder in de energieketen werden uitgestoten. Met andere woorden: scope 1- en scope 3E-emissies samen in het geval van voertuigen gevoed door conventionele brandstoffen en scope 1 en scope 2 in het geval van elektrische voertuigen.