Indirecte emissies zijn emissies die worden veroorzaakt door activiteiten die door andere partijen worden uitgevoerd en emissies die eerder in de energieketen worden veroorzaakt.
 

Emissies van electriciteit (Scope 2)

Emissies die vrijkomen bij het opwekken van elektriciteit in een elektriciteitscentrale, dus die niet tot de eigen onderneming behoren, worden scope 2-emissies genoemd. Het gaat hier om de emissies die het gevolg zijn van het verbruik van elektriciteit door het bedrijf en die eerder in de energieketen plaatsvinden tijdens de omzetting van fossiele brandstoffen in elektriciteit. Afhankelijk van de energiebronnen die gebruikt worden bij de productie van energie in een land (kernenergie, windenergie, fossiele brandstoffen), zullen de emissies per kWh elektriciteit per land verschillen.

Als een bedrijf elektriciteit aankoopt voor logistieke activiteiten moeten deze scope 2-emissies in de berekeningen worden meegenomen. Als een bedrijf zelf elektriciteit opwekt, behoren de emissies van de brandstoffen voor de opwekking van deze elektriciteit tot de scope 1-emissies van het bedrijf.
 

Andere indirecte emissies (Scope 3)

Alle andere indirecte emissies zijn scope 3-emissies. Hier wordt eveneens een onderscheid gemaakt tussen emissies gerelateerd aan de winning, het vervoer en de productie van energie (met uitzondering van de elektriciteitsopwekking) en alle andere indirecte emissies, die stroomopwaarts en stroomafwaarts van het bedrijf vrijkomen. Bij dit laatste horen ook de emissies van logistieke activiteiten die door derde partijen worden uitgevoerd.

De scope 3-emissies die zijn gerelateerd aan de winning, productie en transport van energie worden aangeduid als Scope 3E. De andere scope 3-emissies die zijn verbonden aan diensten en goederen worden als Scope 3P aangeduid.

Scope 3E-emissies zijn door bedrijven moeilijk te beïnvloeden. Als er een keuze is tussen twee (verder gelijkwaardige) brandstoffen en de ene brandstof heeft minder indirecte emissies, dan is het uiteraard wel mogelijk om met de keuze van brandstof of brandstofproducent invloed uit te oefenen op de totale ’well to wheel’-emissies.

De mogelijkheid om en de mate waarin een onderneming scope 3P-emissies van producten (goederen en diensten) kan beïnvloeden, hangt af van de specifieke situatie.

Deze invloed is overwegend groter voor emissies die door rechtstreekse leveranciers en klanten worden veroorzaakt, en wordt kleiner naarmate het aantal tussenschakels groter wordt.

Voorbeeld van emissies gerapporteerd door een dienstverlener en een opdrachtgever bij “dedicated” uitbesteding

De scope 3P activiteiten van een opdrachtgever kunnen dezelfde zijn als de scope 1- emissies (en scope 2-emissies) van een logistieke dienstverlener.

De scope 2-emissies van de logistieke dienstverlener maken in dit geval onderdeel uit van de scope 3P-emissies van de opdrachtgevende partij. Voor het deel van de logistieke activiteiten die voor de verlader verricht wordt. De scope 3E-emissies van de logistieke dienstverlener maken ook deel uit van de scope 3E-emissies van de opdrachtgever en worden apart vermeld.