Het in kaart brengen van het energiegebruik en emissies gebeurt bij voorkeur over een periode van telkens 12 maanden, wanneer emissies in externe communicatie gepubliceerd worden of interne sturing worden gebruikt.

De resultaten van de eerste periode worden gebruikt voor het vastleggen van een referentieperiode (nulmeting). Ten opzichte van deze periode wordt de wijziging van het energiegebruik en van de emissies in de tijd vergeleken.

Aanpassingen van gegevens in de referentieperiode.

Aanpassingen van gegevens in de referentieperiode
sluitenDe cijfers in de referentieperiode worden aangepast in een aantal situaties:
• Bij structurele wijzigingen in de grootte van de logistieke activiteit door de overname of verkoop van bedrijven
• Bij een belangrijke wijziging van de berekeningsmethode
• Bij het verbeteren van fouten in de berekening
• Bij het uitbesteden of zelf doen van logistieke activiteiten

Naast het in kaart brengen van energiegebruik en emissies in absolute en in relatieve termen, is het belangrijk om ook de factoren te beschrijven die oorzaak zijn van wijzigingen in energiegebruik en emissies.

Belangrijke factoren zijn de omzet van een bedrijf uitgedrukt in massa, volume of logistieke eenheden (pallets, containers, dozen…), de wijzigingen in de logistieke activiteiten (afstanden, dropgrootte, leveringvensters, lokatie DC's …).